Het schijnt dat Friezen en Groningers maar moeilijk door één deur kunnen. Tenminste, dat hoor ik wel eens. Persoonlijk heb ik die ervaringen helemaal niet zo.
Dat gedoe tussen Friezen en Groningers heeft van alles met identiteit te maken, zeggen ze. En met verschil in historische achtergronden. Ik las dat vandaag nog op de site van de Leeuwarder Courant.
Identiteit, dat woord speelde in de discussies over de wenselijkheid van de Nederlandse canon nogal een rol. Natuurlijk, er was ook gewoon gebrek aan gemeenschappelijke kennis, dat merkte je wel aan de politici. Maar de politici die pleitbezorgers werden van die canon, wilden ook een impuls geven aan - en nou som ik het even in opklimmende volgorde op -: sociale cohesie, burgerschap, de eigen identiteit, nationale trots en vaderlandsliefde.
U weet het vast nog wel, de VVD-er Van Aartsen riep op tot 'neopatriottisme' en premier Balkenende tot een VOC-mentaliteit. Jan & Alleman viel wel over prinses Maxima heen toen ze zei dat 'de' Nederlandse identiteit niet bestaat. terwijl ze welbeschouwd gewoon gelijk had.
In elk geval constateerde de Onderwijsraad in januari 2005 nog, dat een canon mede nodig was ter bevordering van de "nationale identiteit". Het vak geschiedenis zou een belangrijke taak op het gebied van de Nederlandse identiteit moeten krijgen, als het aan de onderwijsraad lag.
Dat begrip identiteit is vervolgens flink door de gehaktmolen gehaald door historici, die zeiden dat er niet zoiets is als een vaststaande, statische identiteit. En die de heren politici erop wezen dat de inhoud van dat begrip identiteit nogal eens pleegt te veranderen. Is ook zo, toch? Vroeger waren we hier allemaal verstokte calvinisten, zelfs de katholieken. Maar nu zijn we hele en halve hedonisten, die van dat calvinisme niets meer willen weten..
Het door politici geliefkoosde begrip identiteit bleek onder alle aanvallen van de historici evenveel houvast te bieden als een paling in een emmer met snot. "Geschiedenis", aldus historicus Peter Klein, "schenkt geen zekerheden." En: "Ik vind het een domme en naieve gedachte dat historische kennis als maatschappelijk bindmiddel zou kunnen functioneren." En: "Geschiedenis stemt tot nadenken. Nadenken is beter dan voelen, beter dan op beeldvorming vertrouwen."
"Geschiedenis", zo zei een andere historicus, Olivier Hekster, "zou niet moeten worden ingezet om een identiteit te bepalen, of patriottisme aan te moedigen. Geschiedenis zou juist de relativiteit van deze begrippen kunnen verhelderen."
In de opdracht aan de commissie Van Oostrom, die de nationale canon samenstelde, vroeg de toenmalige onderwijsminister Van der Hoeven het nog wel: "Wat staat centraal in de geschiedenis en identiteit van Nederland?", maar Van Oostrom distantieerde zich vrijwel meteen van dat woordje identiteit. "De canon wordt geen remedie tegen een nationale identiteitscrisis, geen instrument om nationale gevoelens mee te versterken en ook geen inburgeringscursus. Het gaat ons niet om het vastleggen van de identiteit van Nederland, maar om het vastleggen van de cultuurgeschiedenis."
Om de feiten dus.
En op die manier is de Nederlandse canon ook ingekleed. In het canondebat hebben de historici de politici vernietigend verslagen. Tot grote spijt van bijvoorbeeld het PvdA-kamerlid Heijnen die vorig jaar zei: "Zonder iconen uit het verleden is het moeilijk een identiteit aan te nemen: wie heeft er geen helden of herkenningspunten nodig?"
Helden en herkenningspunten - we schakelen over naar het Noorden.
Ik vroeg mij af of er in de Groninger en de Friese canon nog iets van dat politieke identiteitsdenken bewaard gebleven was. Aan de samenstellers te zien niet, allemaal bovenstebeste historici, maar je kon het toch op voorhand ook weer niet helemaal uitsluiten. Ik ging dus in beide canons op zoek naar zaken die in het andere gewest ondenkbaar zouden zijn geweest, zaken die exclusief waren voorbehouden aan een van de twee provincies, kortom, de essentiële verschillen tussen Friesland en Groningen in historisch perspectief.
Dat Groningen de noordelijke metropool kreeg en Friesland zijn elf steden is een gradueel verschil, maar niet principieel. En dat Friesland zijn Elfstedentocht heeft, ook daar zit het hem niet echt in, vrees ik, want ook in Groningen zijn lange schaatstochten gehouden.
Het enige echt principiële onderscheid zit hem in de eigen taal, en degenen die daarvoor opgekomen zijn. Aan Friese kant mensen als Halbertsma, Kalma en Schurer, en aan de Groningse kant iemand als als Ter Laan. Dat verschil in taal maakte dat taalbewuste Friezen en Groningers en hun clubs met de ruggen naar elkaar toe leefden, met soms groteske consequenties, zoals de opvatting van Ter Laan dat er in de Ommelanden absoluut never nooit geen Fries gesproken is.
Overigens, maar dit terzijde, zijn Friezen veel sterker in de Groninger canon aanwezig, dan Groningers in die van Friesland. Nieuw voor mij was, dat je al in 1594 Friese nationalisten had, die de belegerde stad-Groningers opstookten om op hun strepen te staan in de onderhandelingen met zeg maar Den Haag. Die Friezen wilden zelfs hun eigen universiteit en de marinehaven wel naar Groningen overbrengen.
Wat u zegt: Dat was nog eens onbaatzuchtig. Kom daar nu nog eens om.
Om terug te komen op de essentiële verschillen, dat is er dus zegge en schrijve maar één, de taal. Voor de rest zijn de overeenkomsten tussen Groningers en Friezen en beider geschiedenissen oneindig veel groter dan de verschillen. Ze hebben gemeenschappelijk de beide zeeën en het vele binnenwater, de wierden en de terpen, de herbevolking na de volksverhuizing, de dijken en de zijlen en de kanalen, de weiden en de koeien, kersteningsgolven die kerken en kloosters brachten, de Friese Vrijheid van de clans en hun vetes, bijna alle machthebbers vanaf 1500 en nog wat, de papen en ketters, de vele oorlogen die er gevoerd zijn, verlichting en ontkerstening, liberalisme, socialisme, melkstaking, bollejagerij, ruilverkaveling, industrialisatie en expressionistische schilders van grote naam en faam.
Groningers en Friezen zijn dus bijna gelijk. qua historische achtergronden. En wie het verschil opblaast is onhistorisch bezig.
Wat mij betreft komt er ook zo snel mogelijk een Noordelijk landsdeel, met een bestuurscentrum op het driepprovinciënpunt bij het dorpje met de fraaie naam Eén. Leiden we straks de zweeftrein alsnog door de jarige Stellingwerven heen. Is iedereen blij, zelfs de Drenten.
---
(Praatje, vanavond gehouden op een bijeenkomst over de Nederlandse, Groninger en de Friese canons in RHC de Groninger Archieven.)
Laatste reacties